Deelwoorden
Een deelwoord is een vorm van een werkwoord. Je hebt tegenwoordige (of onvoltooide) deelwoorden zoals zingend en voltooide deelwoorden zoals gezongen. Ze komen voor als deel van het gezegde en als bijvoeglijke naamwoorden.
Voorbeelden:
- Een stotterende motor. (tegenwoordig deelwoord als bijvoeglijk naamwoord)
- Het vliegtuig is geland. (voltooid deelwoord als deel van het gezegde)
Tegenwoordig deelwoord
Een tegenwoordig deelwoord wordt ook wel onvoltooid deelwoord genoemd. Het wordt gemaakt door -(en)d(e) achter de stam van een werkwoord te plaatsen.
Voorbeelden:
- wisselend
- wandelende
Tegenwoordig deelwoord
[1] Als deel van het gezegde.
[2] Als bijvoeglijk naamwoord.
Hij liep sjokkend naar huis.
Met wisselend succes.
include ("../includes/gbar.php"); ?>
Voltooid deelwoord
Een voltooid deelwoord wordt gemaakt door ge- voor de stam van een werkwoord te plaatsen. De regelmatige voltooid deelwoorden eindigen in een -d of -t. Werkwoorden die beginnen met ver- krijgen geen ge- ervoor.
Voorbeelden:
- ge- maak -t. (regelmatig voltooid deelwoord)
- verhuis -d. (regelmatig voltooid deelwoord)
- ge- kozen. (onregelmatig voltooid deelwoord)
Voltooid deelwoord
[1] De voltooide tijd samen met de hulpwerkwoorden hebben en zijn.
[2] De lijdende vorm samen met het hulpwerkwoord worden.
Ik heb haar gezoend.
Ze is hard weggerend.
De computer wordt gerepareerd.
De boot wordt verkocht.





