Onvoltooide tijd
Je spreekt van de onvoltooide tijd als in een zinsdeel geen hulpwerkwoord voorkomt, maar alleen een hoofdwerkwoord.
Voorbeelden:
- ik zit op Facebook, dus wacht even. (2x onvoltooid tegenwoordige tijd)
- ik zat op Facebook toen ze belde. (2x onvoltooid verleden tijd)
Onvoltooid Tegenwoordige Tijd
De Onvoltooid Tegenwoordige Tijd wordt afgekort met o.t.t.
[1] De o.t.t. wordt het meest gebruikt bij situaties of acties die zich afspelen op het moment dat je er over praat.
[2] De o.t.t. wordt ook gebruikt bij situaties of acties die regelmatig of altijd voorkomen.
[3] Ook gebruik je de o.t.t om te praten over de toekomst.
[4] De o.t.t. wordt verder gebruikt in als-dan zinnen. (dan mag je ook weglaten)
[1] De o.t.t. wordt het meest gebruikt bij situaties of acties die zich afspelen op het moment dat je er over praat.
[2] De o.t.t. wordt ook gebruikt bij situaties of acties die regelmatig of altijd voorkomen.
[3] Ook gebruik je de o.t.t om te praten over de toekomst.
[4] De o.t.t. wordt verder gebruikt in als-dan zinnen. (dan mag je ook weglaten)
Ik sms naar Peter.
Mijn vriendin pingt me net.
Ons vliegtuig staat natuurlijk ver weg.
Ik woon al jaren op een woonboot.
Zij eet nooit vlees.
Morgen ga ik naar Kreta.
Ik haal straks kebab.
Als je dat doet, (dan) gaat het zeker mis.
Als hij komt, (dan) blijf ik absoluut weg.
Onvoltooid Verleden Tijd
De Onvoltooid Verleden Tijd wordt afgekort met o.v.t.
[1] De o.v.t. wordt gebruikt bij situaties of acties die zijn afgelopen.
[2] De o.t.t. wordt ook gebruikt bij beschrijvingen van situaties in het verleden.
[3] Ook gebruik je de o.v.t na het woordje toen.
[1] De o.v.t. wordt gebruikt bij situaties of acties die zijn afgelopen.
[2] De o.t.t. wordt ook gebruikt bij beschrijvingen van situaties in het verleden.
[3] Ook gebruik je de o.v.t na het woordje toen.
Hij schreeuwde als een gek.
We waren naar een feestje.
Ik ging daar wel eens stappen, maar ik vond er niets aan.
Onze vakantie was geweldig, we hadden prachtig weer en het hotel was super.
Dus toen bleven we een weekje langer.
Meer grammatica:
d & dt
voltooide tijd
verschil o.v.t. & v.t.t
alle Nederlandse tijden
tegenwoordige tijd
BEDRIJVEND
verleden tijd
Ik verkoop iPads
Ik heb iPads verkocht
Ik zal iPads verkopen
Ik zal iPads hebben verkocht
Ik heb iPads verkocht
Ik zal iPads verkopen
Ik zal iPads hebben verkocht
Ik verkocht iPads
Ik had iPads verkocht
Ik zou iPads verkopen
Ik zou iPads hebben verkocht
Ik had iPads verkocht
Ik zou iPads verkopen
Ik zou iPads hebben verkocht
tegenwoordige tijd
LIJDEND
verleden tijd
iPads worden verkocht
iPads zijn verkocht
iPads zullen worden verkocht
iPads zullen zijn verkocht
iPads zijn verkocht
iPads zullen worden verkocht
iPads zullen zijn verkocht
iPads werden verkocht
iPads waren verkocht
iPads zouden worden verkocht
iPads zouden zijn verkocht
iPads waren verkocht
iPads zouden worden verkocht
iPads zouden zijn verkocht





