Deze pagina in het Nederlands  This page in English

Onvoltooid Verleden Tijd of Voltooid Tegenwoordige Tijd


Zowel de onvoltooid verleden tijd (o.v.t.) als de voltooid tegenwoordige tijd (v.t.t.) worden gebruikt om gebeurtenissen in het verleden te beschrijven. Er zijn echter geen duidelijke regels welke tijd je wanneer moet gebruiken. Ze worden dan ook veel door elkaar gebruikt. Toch zijn er wel wat kleine verschillen.

Verschil o.v.t.-v.t.t.

[1] De o.v.t. wordt gebruikt bij situaties die zich volledig in het verleden afspeelde.

[2] De v.t.t. wordt het meest gebruikt bij situaties of acties die zich afspelen in het verleden, maar die nog een link hebben naar de huidige situatie.

[3] De o.v.t. en v.t.t. kunnen ook samen gebruikt worden. De v.t.t. plaatst de gebeurtenis dan in het verleden en de o.v.t. gebruik je voor de andere zaken die zich toen afspeelde.

[4] Over het algemeen komt de v.t.t. in het dagelijks taalgebruik het meest voor.

Hij schreeuwde als een gek.
We waren naar een feestje.



Saskia heeft me nu al vier keer gebeld.
Ik mis je broer. Is hij niet uitgenodigd?


We zijn naar het concert geweest, maar er was niets aan.
Ze heeft wel gebeld, maar ik nam niet op.






Meer grammatica:

voltooide tijd

onvoltooide tijd

toekomende tijd



alle Nederlandse tijden

tegenwoordige tijd

BEDRIJVEND  

  verleden tijd


Ik verkoop iPads
Ik heb iPads verkocht
Ik zal iPads verkopen
Ik zal iPads hebben verkocht
Ik verkocht iPads
Ik had iPads verkocht
Ik zou iPads verkopen
Ik zou iPads hebben verkocht


tegenwoordige tijd

LIJDEND  

  verleden tijd


iPads worden verkocht
iPads zijn verkocht
iPads zullen worden verkocht
iPads zullen zijn verkocht
iPads werden verkocht
iPads waren verkocht
iPads zouden worden verkocht
iPads zouden zijn verkocht