Voltooide tijd
Je spreekt van de voltooide tijd als er in een zinsdeel een hulpwerkwoord en een voltooid deelwoord voorkomt.
Voorbeelden:
- ik heb de hele middag op Facebook gezeten. (voltooid tegenwoordige tijd)
- dat had ik al gehoord. (voltooid verleden tijd)
Voltooid Tegenwoordige Tijd
De Voltooid Tegenwoordige Tijd wordt afgekort met v.t.t.
[1] De v.t.t. wordt het meest gebruikt bij situaties of acties die zich afspelen in het verleden.
[2] De o.v.t. kan vaak ook.
[1] De v.t.t. wordt het meest gebruikt bij situaties of acties die zich afspelen in het verleden.
[2] De o.v.t. kan vaak ook.
Mijn vriendin heeft me vier keer gebeld.
Waarom is jouw broer niet gevraagd?
Peter heeft hier jaren gewoond.
Peter woonde er jarenlang.
Voltooid Verleden Tijd
De Voltooid Verleden Tijd wordt afgekort met v.v.t.
[1] De v.v.t. wordt gebruikt bij situaties of acties die plaatsvonden vóór andere gebeurtenissen in het verleden.
[1] De v.v.t. wordt gebruikt bij situaties of acties die plaatsvonden vóór andere gebeurtenissen in het verleden.
Toen ik belde, had ze het al gehoord.
Hij had het al geregeld voordat ik het wist.
Het vliegtuig was al geland toen wij aankwamen.
Meer grammatica:
d & dt
onvoltooide tijd
verschil o.v.t. & v.t.t
voltooid deelwoord
alle Nederlandse tijden
tegenwoordige tijd
BEDRIJVEND
verleden tijd
Ik verkoop iPads
Ik heb iPads verkocht
Ik zal iPads verkopen
Ik zal iPads hebben verkocht
Ik heb iPads verkocht
Ik zal iPads verkopen
Ik zal iPads hebben verkocht
Ik verkocht iPads
Ik had iPads verkocht
Ik zou iPads verkopen
Ik zou iPads hebben verkocht
Ik had iPads verkocht
Ik zou iPads verkopen
Ik zou iPads hebben verkocht
tegenwoordige tijd
LIJDEND
verleden tijd
iPads worden verkocht
iPads zijn verkocht
iPads zullen worden verkocht
iPads zullen zijn verkocht
iPads zijn verkocht
iPads zullen worden verkocht
iPads zullen zijn verkocht
iPads werden verkocht
iPads waren verkocht
iPads zouden worden verkocht
iPads zouden zijn verkocht
iPads waren verkocht
iPads zouden worden verkocht
iPads zouden zijn verkocht





